Een onvergetelijke tocht door de ongerepte wildernis 200 kilometer boven de poolcirkel. Een verhaal over eenzame landschappen, machtige bergen, muggen en dichtgevroren tenten.

Zaterdag 18 augustus; een troosteloze vlakte met berkenboompjes en harde regen zijn het uitzicht uit de bus van Kiruna naar Kvikkjokk. Vandaag is onze eerste wandeldag over de Kungsleden en dit doet het ergste vrezen. Maar naarmate we Kvikkjokk naderen klaart het langzaam op. De eerste besneeuwde toppen komen in zicht en als we in Kvikkjokk uitstappen schijnt de zon. Na de lunch beginnen we aan onze eerste wandeldag over de Kungsleden; het bekendste lange afstandspad van Zweden. Het pad loopt boven de poolcirkel, maar vandaag is het 18 graden minstens net zo warm als in Nederland. We doen rustig aan vandaag; na vier uur lopen vinden we een mooie kampeerplek aan een groot meer; met witte bergtoppen in de verte.
Na het muesli-ontbijt gaan we om 9 uur op pad. Het pad loopt door een oeroud dennenbos; zo zie je ze niet in Nederland. Later horen we dat dit bos vol met beren zit; het is hun favoriete plek. Helaas vandaag laten de beren zich niet zien. Na het bos volgt een steile klim naar een plateau boven de boomgrens. We bevinden ons in het Sarek nationaal park; de grootste wildernis van Europa. Buiten ons pad zijn er in dit gebied geen officiële wegen. We vinden een mooie kampeerplek naast een wildstromende bergbeek. Ongekend uitzicht over meren, bergen, sneeuwvelden, bossen en meanderende rivieren. In de verste verte is geen spoor van bewoning te zien.
Vandaag schijnt de zon heerlijk; een prachtige tocht over het plateau. De motorboot, die ons over het meer moet brengen, vaart maandags niet. Maar gelukkig liggen er roeiboten klaar. In één roeiboot passen precies vijf mensen met een rugzak; dus de oversteek kan beginnen. Eenmaal op het meer blijkt het hard te waaien en er staan flinke golven; we komen maar met moeite vooruit. Maar de aanhouder wint en na ruim een uur roeien staan we aan de overkant. Onze boot wordt overgenomen door een Franse wandelaars die terug roeien. Bij een hutje boven het meer hangt een bordje “Smoked Fish and Bread”. Het bord wijst naar een klein huisje met twee honden en een hoog hek met daarop een deurbel. We drukken op de bel, de deur gaat open en een oude man roept “Fish or Bread”. We schreeuwen “Fish” terug en vijf minuten laten zijn we in het bezit van twee gerookte zalmen. Vers uit het meer! ’s Avonds “pasta met zalm” en een kampvuur toe.
’s Ochtends eten we bosbessenpap van zelfgeplukte bosbessen; daaraan is hier geen gebrek! Met de buik vol klimmen we steil omhoog. Iedereen loopt lekker en daarom beklimmen we vandaag een topje. Op weg naar de top passeert een grote kudde rendieren op nog geen 50 meter afstand. Zelfs een konijn loopt verschrikt de andere kant op. Op de top uitzicht over een toendra landschap met grote meren in de dalen. De witte toppen lijken steeds dichter bij te komen. Na de top volgt een lange afdaling naar het meer. De veerman met zijn motorboot wacht ons al op; nu zijn we binnen 10 minuten aan de overkant. De mooie kampeerplek bij een klein meertje is ook de favoriete hangplek voor honderden muggen. Gaasjes over het hoofd en vroeg naar bed.
Na een rustdag met drie gangenmaaltijden, bosbessen-chocola pannenkoeken gaan we vrijdag weer uitgerust op pad. Het weer is een stuk kouder geworden en het dal hangt vol met regenbuien. Op de steile klim houden we het droog, maar bovenop het winderige plateau dienen de regenbuien zich met vlagen aan. De planken paadjes worden glad; oppassen! De beoogde kampeerplek op het plateau biedt te weinig beschutting voor de regen; we lopen daarom door naar de dichtstbijzijnde hut aan het meer. Jeroen, Salvador, Laurens en Frans laten zich per motorboot naar de hut vervoeren, terwijl Eugenie, Meriel, Nynke en Kirsten voor de roeiboot kiezen.
Zondag; de regenbuien zijn opgehouden en het is koud maar zonnig weer! De winter is hier eind augustus al in aantocht. Vanaf nu loopt de tocht door het Tjaktjadal tussen hoogste bergen van Zweden door. Het dal werd vroeger ook door de Samen gebruikt als route voor de rendiertrek. Het landschap is bar; geen bomen alleen een brede woest stromende beek en uitzicht op besneeuwde bergtoppen in de verte. Pauze bij een het houten skelet van een oude lappenhut; gemaakt van boomstammen die ooit bedekt waren met rendiermos. We kamperen vandaag bij een onbemande schuilhut. Met zelf meegebracht hout stoken we de kachel flink op; terwijl de temperatuur buiten snel daalt. Na de macaroni met rode saus en doperwten doen we een spelletje boonanza.
De volgende ochtend is het nog steeds fris, na het ontbijt in onze hut snel op weg. We lopen langs het massief van de Kebnaikaise; met 2.111 meter Zwedens hoogste berg. Hoog boven ons liggen gletschertongen en verse sneeuw. De liefhebbers maken ´s middags een tocht diep een verlaten dal in, op zoek naar de tong van de Reaiddag-glaciaren. Deze blijft echter verborgen achter de eindmore. We kamperen vandaag bij een hut met sauna. De sauna biedt een goede kans om nog wat op te warmen voor het slapen gaan.
Het heeft vannacht gevroren, de ritssluitingen van onze tenten zijn bevroren. De meeste mensen hebben heerlijk geslapen, maar helaas blijken sommige slaapzakken toch niet berekend op temperaturen onder nul. De sneeuwgrens ligt vlak boven de hut; maar het pad is nog net sneeuwvrij. Vandaag bereiken we het hoogste punt van de tocht; de Tjaktapas op 1.100 meter. Op de pas hebben we een prachtig uitzicht over het Tjaktadal waar we de afgelopen dagen doorheen liepen. Door een groot steenveld dalen we af naar de Tjakta hut. Er is hier geen geschikte kampeerplek aanwezig; daarom slapen we vandaag in de hut. We helpen de huttenwaardin met het zagen van berkenhout voor in de kachel; er moet voor de komende winter een grote voorraad worden klaargemaakt.
Op weg naar de Alesjaurehut begint het onderweg ligt te sneeuwen; de bergen om ons heen worden steeds witter. Tegenliggers vertellen ons over de warme sauna die in de volgende hut op ons wacht. Snel lunchen in de beschutting van een paar stenen. We worden hartelijk ontvangen door de huttenwaardin; ze geeft ons extra dekens om de koude nacht in de tent door te komen. ’s Avonds weer de sauna in en afkoelen in de beek; al het luie zweet is er nu wel uit! De extra dekens blijken geen overbodige luxe; het vriest ’s nachts 5 graden en de ritssluitingen van de tenten zijn ’s ochtends dicht gevroren. Een wintervakantie in zomer!
De volgende drie dagen blijft het koud maar mooi helder weer. Als we weglopen van de Alesjaure hut zijn de plankenpaadjes besneeuwd. Na de Tjaktapas daalt het pad langzaam af naar het reusachtige Tornetrask meer tegen de Noorse grens. Na 14 dagen en 180 kilometer lopen door de wildernis komen we uit bij het treinstation van Abisko; een klein station in de “middle of nowhere”. Toch stopt er elke twee uur een trein, die ons ook snel terugbrengt naar Kiruna. Ter afsluiting gaan we ’s avonds naar de Nattclub, de enige uitgaansgelegenheid van deze mijnstad. We hebben geluk; er is een 30+ avond maar toch komen we allemaal binnen. Op bergschoenen en sokken de dansvloer op, een mooi einde van de reis!