Een gezellige winterse tocht over een spectaculaire kam met uitzicht op drie gebergtes. En beaucoup de kaasfondue!

Het was die ochtend vroeg voor een vrijdag. De metro’s in Amsterdam deden vandaag niet hun best. Vergeet Amsterdam CS, op naar Utrecht Centraal dan maar. Ik belandde aldaar uiteindelijk ruim op tijd in de stationsrestauratie. Wat een drukte daar in de ochtendspits! Puur toevallig liep ik M., een deelnemer aan een zomerreis vorig jaar, tegen het lijf. Uiteindelijk belandde de hele groep op tijd in de ICE, ondanks moedige pogingen van sommige mensen om door de wekker heen te slapen. Na een dagje treinen troffen we onszelf aan in een soort van trammetje dat ons hoog de Zwitserse bergen in tilde. Nog weinig sneeuw hier. Ons verblijf voor die nacht bleek een klein kasteeltje compleet met torentje. We gingen uit eten die avond. Het leek me leuk om tijdens ons korte verblijf in Zwitserland eens kaasfondue te proberen. Met een buik vol kaas rolde ik mijn bed in.
De volgende ochtend schoof ik de gordijnen open: gemzen! Ongestoord waren ze aan het grazen, en af en toe deden ze waar gemzen goed in zijn: een stukje rennen over de hellingen. Via een bakkertje voerde het begin van onze wandeltrektocht ons over een goed aangestampt sneeuwpad door de winterse bossen en van tijd tot tijd door open velden. Na een uurtje werd het tijd om de sneeuwschoenen aan te trekken. Niet iedereen had hier ervaring mee, maar we liepen er allemaal zo op weg. Hogerop kwamen we langs vreemdsoortige installaties met radars en antennes. We liepen goed door, maar op het eind bleek het voor F. toch wat ver voor een eerste dagje op de sneeuwschoenen. Te weinig gedronken! We belandden net over de Franse grens in een luxe berghut op nog geen 100 meter van de doorgaande weg. De volgende ochtend bleek iedereen hersteld van alle inspanningen en sowieso hadden we een kortere wandeldag voor de boeg. Het was even zoeken naar een pad en uiteindelijk belandden we op een onvermijdelijke skipiste. Steil omhoog! We kwamen rond lunchtijd aan in een berghutje met een enorme open haard en stapelbedden op een entresol. Primitief, maar erg knus! ’s Middags ging ik met een klein groepje nog een tochtje maken in de buurt. Onze natuurlijke vijand de langlaufer was hier alom aanwezig. We werden erop attent gemaakt dat het toch echt niet de bedoeling was dat we hun loipes kapot maakten. De 100 meter sprint op sneeuwschoenen met R. was adembenemend, en ook de kontslee was een bron van dolle pret. Sneeuw, leuk speelgoed!
Het ging sneeuwen! De volgende ochtend waren de dennen wit en knerpten we pittig omhoog naar een bergkam. Het was in deze witte wereld goed zoeken naar het juiste pad. Boven waaide het hard en was er niets te zien. Snel verder dus. We belandden in een breed dal waar we cross-country door velden en bossen gingen. We pakten ons goed in tegen de harde wind op de open vlaktes. Juist op het moment dat er een stevige regenbui losbarstte, kwamen we aan bij een pension waar niemand thuis bleek. We installeerden ons in de kamer met open keuken. De eigenaar kwam later. Het was een man met een baard die niet veel zei. We bleken in zijn huiskamer te zitten! Deelnemer R. zat nog vol energie en sleepte S. mee door de natte winterse buien op zoek naar een dorp met een winkeltje. Het plan was een appeltaart te bakken. Da’s niet gelukt, maar nat waren ze wel. Later ging de man met de baard voor ons koken en at hij zwijgend met ons mee aan het hoofd van de lange tafel. Het kaasplankje was bijzonder: kriebelkaas. Geen stapelbed dit keer, maar een gezellige bedstee. Buiten sneeuwde het.
De volgende ochtend prikte de zon zowaar even door de dikke wolken heen. We hadden een pittige tocht voor de boeg naar de hoofdkam van de Jura. Om ons wat moeite te besparen namen we een skilift. We mochten echter niet helemaal omhoog naar de kam, dus het laatste stuk ging lopend. Bovenop de kam stonden we in dikke brei van mist. Overal was het wit, boven, onder, voor en achter. Het enige wat te zien was, waren wij zelf: een rijtje kleiner wordende stipjes op de berg. Regen- en hagelbuien en de harde wind maakten het soms fris. Iedereen was goed ingepakt. Ondanks het volledig gebrek aan uitzicht was het een spectaculaire witte wandeldag, en onverwacht snel belandden we nog in de berghut waar we een rustdag zouden doorbrengen. Er stond kaasfondue op het menu! Een theezakje in een theelichtje zorgde voor een spectaculaire steekvlam, een tafel vol kaarsvet en een brandplek. Gelukkig sliep de Aziatisch ogende huttenwaard al buiten in zijn yurt.
Op de rustdag gutste de regen naar beneden. Da’s niet goed voor de sneeuw! Met een deel van de groep namen we de kabelbaan naar beneden, om aldaar in een kletsnat skidorpje te belanden waar weinig te beleven was. De jacht naar een lunch was moeizaam: alles bleek gesloten. We eindigden bij een schattig oud vrouwtje dat grote hoeveelheden crêpes voor ons bakte. Helaas, pindakaas, bleek de skilift er net mee opgehouden: er was boven te harde wind. Daar waren we niet zo blij mee. Lopend dan maar. Toen we eenmaal aan onze wandelexpeditie naar boven waren begonnen werd het droog en halverwege de tocht konden we weer van deze onverwachte extra wandeling genieten. Tegen zonsondergang kwamen we terug in de hut.
Na een avondje harde scrabbelcompetitie begon wederom een spectaculaire wandeldag met prachtige witte berghellingen en uitzichten op het meer van Geneve en het Mont Blanc-massief. De zon brak voor het eerst deze week echt goed door. Het was puur genieten! Waar de sneeuw ophield gingen we lunchen in de zon. Het eindpunt de dag was een onbemande berghut in de bossen met uitzicht op de Alpen. Het laatste stukje probeerden we zonder sneeuwschoenen, maar het was diep wegzakken geblazen in de zachte witte prut die hier lag. F. zaagde hout en de kachel ging aan om de koude hut te verwarmen en grote pannen sneeuw voor ons eten te smelten. Na een paar uur stoken was het bloedheet. De zon ging prachtig rood onder op de Mont Blanc. Helaas ben ik de enige die het goed gezien heeft, de rest zat lekker warm binnen. We aten meegenomen rijst met sojawormen(!!), een eh, bijzonder apart genoegen. Er bleken niet zoveel dekens op zolder te liggen, dus de nacht verliep voor enkelen bepaald fris. Achteraf hadden we de kachel de hele nacht moeten laten branden.
’s Ochtends stookten we de hut weer warm en gingen al gauw weer op pad door het smeltende bos. Via een glibberige berghelling kwamen we aan in een lenteachtig dal. Een trotse eigenaar leidde ons rond door zijn prachtige, net geopende pension. Het was een luxe waar we niet meer aan gewend waren. We brachten de middag door onder de warme douche en op het terras onder de strakke blauwe luch. ’s Avonds kaasfondue!
’s Nachts had het stevig gevroren. De laatste dag was er geen sneeuw van betekenis meer op onze weg. Het was een wandeling in de lentezon. We kwamen aan op een pas met spectaculair uitzicht op de hoofdkam van de Alpen. Op het laatste topje van de tocht hadden we een prachtig helder uitzicht op de Jura, de Alpen tot ver in Zuid-Frankrijk, en zelfs de nevelige Auvergne. We konden meer dan 100 kilometer ver kijken! Ter afdaling werd de kontslee weer ter hand genomen door sommigen. Krokussen schoten op in het gras. De wandeldag was lang maar bepaald mooi: het laatste stuk voerde door een prachtige kloof met oude waterbouwkundige werken en zelfs een flinke waterval. We pakten de TGV naar het multiculti Genève en deden ons hier tegoed aan ons laatste avondmaal bij een Italiaan.
De volgende ochtend bleek de grote fontein, die we vanuit de bergen dagenlang hadden zien spuiten, uitgezet te zijn. We stapten op de trein, die ons door het mooie Rijndal voerde. Het uitzicht vanuit de restauratiewagon was prachtig. Tijd om afscheid te nemen.