• contact
  • nivon kader

Algemeen Huishoudelijk Reglement Nivon

 

Art. HR.1.        Huishoudelijk Reglement

1. Het huishoudelijk reglement is een aanvulling op de statuten. De statuten van de vereniging hebben voorrang boven het huishoudelijk reglement. De in dit reglement voorkomende begrippen hebben, indien deze eveneens voorkomen in de statuten, de betekenis die de statuten daaraan geven.

2. In het huishoudelijk reglement staan regels van praktische aard die binnen de vereniging met elkaar zijn afgesproken. Elk actief lid wordt geacht hiervan kennis te nemen. Daartoe is een exemplaar beschikbaar dat is opgenomen in het Nivonhandboek ‘Actief in het Nivon’. Het huishoudelijk reglement kan worden gewijzigd door de Nivonraad.

 

Art. HR.2.        Indeling Nivonleden

Een lid wordt ingedeeld bij die afdeling, waar hij zijn woonplaats heeft, tenzij het lid zelf te kennen geeft bij een andere afdeling ingedeeld te willen worden.

 

Art. HR.3.        Nivonlidmaatschap

Ter bescherming van de persoonsgegevens van de Nivonleden is er een gedragscode Wet bescherming persoonsgegevens opgesteld.

Ook op andere terreinen (seksuele intimidatie, arbozaken, discriminatie etc.) worden door het Centraal Bestuur richtlijnen opgesteld die goedkeuring behoeven van de Nivonraad. Deze richtlijnen worden gepubliceerd in het handboek en op de website en mogen niet in strijd zijn met de statuten dan wel het Huishoudelijk Reglement.

 

Art. HR.4.        Nivonraad

1. De vergadering van de Nivonraad is de belangrijkste bijeenkomst voor de vereniging. Tot de formele taken van de Nivonraad behoren het bepalen en toetsen van de hoofdlijnen van het (financieel) beleid zoals neergelegd in een beleidsplan en het kiezen en benoemen van de leden van het Centraal Bestuur, de kascommissie en commissie van beroep , het vaststellen van de statuten en het huishoudelijk reglement.

2. Voor het vaststellen van het ledenaantal van een geleding geldt het aantal leden dat een geleding telt op 31 december van het voorafgaande jaar. Tot deelneming aan de Nivonraadvergadering worden expliciet uitgenodigd de leden van het Centraal Bestuur, de Commissie van Beroep, de kascommissie en de ondernemingsraad.

3. De reiskosten van de op een Nivonraadvergadering aanwezige afgevaardigde komen ten laste van de geleding die hem afvaardigt.

4. Alle geledingen met stemrecht kunnen tot uiterlijk acht weken voor de vergadering van de Nivonraad voorstellen indienen bij het Centraal Bestuur. Het Centraal Bestuur maakt zijn voorstellen en de voorstellen vanuit de geledingen uiterlijk vier weken voor de Nivonraadvergadering aan de afgevaardigden en geledingen bekend. Alle voorstellen die aan de hierboven genoemde voorwaarden voldoen worden – eventueel na amendering – ter vergadering in stemming gebracht, tenzij de indieners het voorstel intrekken.

5. In de Nivonraadvergadering  kunnen geen besluiten worden genomen ten aanzien van onderwerpen die niet op de agenda zijn geplaatst. De enige uitzondering die daarbij wordt gemaakt betreft voorstellen die geen uitstel kunnen dulden. Dit ter beoordeling aan de aanwezige afgevaardigden. Zonodig wordt hierover gestemd.

6. De orde van behandeling van voorstellen is als volgt: indien gewenst, geeft de indiener een toelichting; na één of zonodig twee sprekersrondes van woord en wederwoord volgt stemming.

7. Ordevoorstellen worden onmiddellijk in stemming gebracht.

8. Iedere afgevaardigde moet tevoren van zijn bevoegdheid doen blijken door het kunnen overleggen van een schriftelijk verklaring van het bestuur van zijn geleding aan het Centraal Bestuur.  De voorzitter beslist bij twijfel over de geldigheid van een uitgebrachte stem. De voorzitter laat zich bij stemmingen zonodig assisteren door stemmentellers.

9. Van de Nivonraadvergadering wordt een verslag en een besluitenlijst gemaakt. Dit verslag en de bijbehorende besluitenlijst worden voor de volgende Nivonraadvergadering toegezonden aan de geledingen.

 

Art. HR.5.        Wijze van stemmen

1. Stemmingen over personen geschieden schriftelijk, tenzij voor elke vacature één kandidaat beschikbaar is en niemand schriftelijke stemming verlangt.

2. Een kandidaat die een volstrekte meerderheid (helft plus één) van de uitgebrachte geldige stemmen heeft verkregen, is gekozen. Zijn er meer kandidaten dan er plaatsen te vervullen zijn. Dan is diegene gekozen met de meeste stemmen.

3. Staken de stemmingen bij een verkiezing van personen dan beslist het lot.

4. Stemmingen over voorstellen (niet betreffende verkiezing van personen) geschieden mondeling, danwel door het opsteken van stemkaarten.

5. Een voorstel is aangenomen als het de meerderheid van de uitgebrachte stemmen heeft verkregen. Staken de stemmen dan vindt een herstemming plaats. Staken hierbij de stemmen opnieuw dan wordt het voorstel verworpen.

 

Art. HR.6.        Centraal Bestuur

1. Het Centraal Bestuur bestuurt de vereniging op hoofdlijnen met als taak de uitvoering van het algemene (financiële) beleid zoals dat door de Nivonraadvergadering is goedgekeurd. Het Centraal Bestuur stuurt daartoe onder meer via de directeur het Landelijk Bureau aan.

Daarvoor wordt door het Centraal Bestuur een directiestatuut opgesteld.

Het Centraal Bestuur heeft verder tot taak het instellen c.q. opheffen landelijke groepen en het formuleren van de taak van deze landelijke groepen; het instellen c.q. opheffen van geledingen en het goedkeuren van huishoudelijke reglementen van de geledingen.

2.   Het Centraal Bestuur benoemt de leden van de beheercommissie van een accommodatie. De beheercommissie draagt beheercommissieleden voor aan het Centraal Bestuur nadat zij de instemming voor de kandidatuur heeft verkregen van de leden van de accommodatiebeheergroep.

3.   Daarnaast doet het Centraal Bestuur uitspraak in geschillen, die zijn gerezen (in geledingen) indien dit in het belang van de vereniging nodig wordt geacht en organiseert het zij de Nivonraadvergadering en andere landelijke bijeenkomsten.

4. De leden van het Centraal Bestuur worden voor drie jaar gekozen en treden periodiek (op de vergadering van de Nivonraad) af. Zij zijn ten hoogste tweemaal herkiesbaar. Het Centraal Bestuur maakt tenminste acht weken voor de vergadering van de Nivonraad bekend welke vacatures zijn ontstaan. Het Centraal Bestuur maakt daarbij het gewenste profiel bekend. Alle geledingen, genoemd in artikel 9, tweede lid, van de statuten, kunnen tot zes weken voor de vergadering van de Nivonraad, kandidaten voor het Centraal Bestuur bij het Centraal Bestuur aanmelden. Een aanmelding moet zijn voorzien van een bereidverklaring. 

Het Centraal Bestuur houdt met de kandidaten sollicitatiegesprekken op basis van het profiel. Vanuit dit profiel geeft het Centraal Bestuur aan welke kandidaten geschikt zijn. Over deze selectie doet de Nivonraad een uiteindelijke uitspraak.

Indien de verkiezing een functionaris betreft (voorzitter, secretaris, penningmeester) die volgens de statuten in functie moet worden gekozen, wordt bij de kandidaten vermeld of zij voor deze functie worden voorgedragen.

 

Art. HR.7.        Landelijke groepen

1.  Het Centraal Bestuur kan landelijke groepen instellen. De taak van deze groepen is: het organiseren en uitvoeren van landelijke activiteiten op basis van afspraken met het Centraal Bestuur. Die afspraken omvatten onder meer omschrijving en afbakening van de betrokken activiteiten en de budgettering daarvan. Landelijk groepen kunnen worden samengesteld uit leden en externe deskundigen.

2.  Tot geleding zoals omschreven in de statuten art. 9 lid 2, c landelijke groep (met stemrecht op de Nivonraad) is benoemd:

  1. Melcherstichting

  2. de Nivon LAW’s

  3. de Nivon reizen

  4. Zang & muziekgilde

  5. Landelijke Eenoudergroepen

  6. Landelijke bergsportgroepen

  7. Landelijke werkgroep VAB’s

  8. Pinksterkampcommissie

 

Art. HR.8.        Afdelingen, federaties en regio’s

1. De geleding zoals omschreven in statuten artikel 9 lid 2, a. afdelingen ; en b. federaties of regio’s heeft de vorm van een geografische eenheid (afdeling, regio, federatie) met in dat gebied woonachtige leden. Voor al deze geledingen geldt dat zij minimaal eenmaal per jaar een jaarvergadering belegt in de eerste drie maanden van het jaar. Op deze jaarvergadering komen de volgende zaken aan de orde: het beoordelen van het gevoerde beleid van het geledingbestuur; het vaststellen van het aantal te verkiezen geledingbestuurders; het kiezen van de leden van het geledingbestuur; het goedkeuren van de financiële jaarstukken; het dechargeren van de penningmeester; het vaststellen van de jaarlijkse begroting; het benoemen van een kascommissie; het beoordelen van de plannen van het geledingbestuur voor het komende jaar; het aanwijzen van afgevaardigden naar de Nivonraad.

2.  Geledingen kunnen voor hun werkzaamheden een huishoudelijk reglement vaststellen dat geen bepalingen mag bevatten, die in strijd zijn met de statuten of met dit huishoudelijk reglement.

3. Een geleding heeft een bestuur dat bestaat uit ten minste drie personen. Dit bestuur handelt ten minste over de volgende zaken: het verlenen van medewerking aan het Centraal Bestuur onder andere bij de uitvoering van Nivonraadbesluiten en landelijke activiteiten; het beheer van de geldmiddelen en bezittingen van de geleding; het opstellen van de financiële jaarstukken en de jaarlijkse begroting in overeenstemming met de daarvoor door de Nivonraad vastgestelde richtlijnen en/of begroting; het uitschrijven en regelen van de algemene ledenvergadering van de geleding.

4. De bestuursleden van een geleding hebben in beginsel zitting voor drie jaar; elk jaar treedt eenderde af. Zij zijn ten hoogste tweemaal herkiesbaar. De namen van de kandidaten voor het geledingbestuur moeten tenminste een maand voor de jaarvergadering bij het geledingbestuur zijn ingediend en vergezeld gaan van een schriftelijke bereidverklaring dat zij de kandidatuur aanvaarden. De bestuursverkiezing heeft plaats in de algemene jaarvergadering die jaarlijks wordt gehouden. De voorzitter wordt in functie gekozen.

5. De financiering van de geografische geledingen vindt plaats op basis van de systematiek zoals die is vastgesteld door de Nivonraad (zie bijlage).

6. Als een geledingbestuur een plan wil uitvoeren dat belangrijke financiële risico's veroorzaakt of een verzoek om subsidie aan een publiek rechtelijk lichaam wil doen verstaat het bestuur zich tevoren met het Centraal Bestuur onder overlegging van een begroting.

7. De jaarvergadering van de geleding benoemt een kascommissie die de boeken en de kas van de penningmeester onderzoekt en voor de volgende jaarvergadering schriftelijk verslag uitbrengt over de administratie en het beheer van de penningmeester gedurende het afgelopen jaar.

8. Het geledingbestuur zendt binnen een maand na de vaststelling (uiterlijk voor 1 april) door de algemene vergadering van de geleding van het jaarverslag een exemplaar, met inbegrip van de financiële jaarstukken, naar het Centraal Bestuur.

     Het geledingbestuur is verplicht te allen tijde inzage te geven van de boeken, gelden en kasstukken aan de kascommissie aan het Centraal Bestuur. De financiën kunnen worden gecontroleerd door het Centraal Bestuur en de accountant.

9. Goederen die zijn aangeschaft voor danwel door geledingen zijn en blijven eigendom van het Nivon en alle bezittingen, inclusief (bank) rekeningen staan op naam van het Nivon.

10.Voor alle actieve leden geldt dat alle daadwerkelijk gemaakte, extra onkosten binnen redelijke grenzen, kunnen worden gedeclareerd. Het Centraal Bestuur stelt hiervoor regels vast die zijn opgenomen in het handboek.

11.Het Centraal Bestuur kan in bijzondere gevallen, te zijner beoordeling, een leden- of bestuursvergadering van een geleding  bijeenroepen. Het bestuur van de geleding stelt in dit geval de nodige bescheiden ter beschikking van het Centraal Bestuur. Deze vergadering staat onder leiding van een lid of een gemachtigde van het Centraal Bestuur.

 

Art. HR.9.        Natuurvriendenhuizen en kampeerterreinen

1. Een geleding kan de vorm hebben van een accommodatiebeheergroep van een Natuurvriendenhuis en/of kampeerterrein, bestaande uit alle bij deze activiteit betrokken actieve leden.

2. De Beheercommissie (het bestuur van de accommodatiebeheergroep) van een Natuurvriendenhuis en/of kampeerterrein heeft een gedelegeerde verantwoordelijkheid voor het beleid, exploitatie en het beheer van de accommodatie.

De beheercommissie stelt hiervoor een vijfjarenbedrijfsplan en een daarvan afgeleid jaarlijks een werkplan (begroting en uitvoeringsplan) op. Uitgangspunt van het bedrijfsplan is het algemene Nivon beleid.

Leden van de accommodatiebeheergroep moeten in de gelegenheid worden gesteld om kennis te nemen van het concept bedrijfsplan. Op en aanmerkingen welke niet door de beheercommissie worden overgenomen worden ter kennis van het Centraal Bestuur gebracht .

Het bedrijfsplan behoeft de goedkeuring van het Centraal bestuur. Het bedrijfsplan wordt niet dan na overleg tussen beheercommissie en Centraal bestuur vastgesteld.

Bij een Natuurvriendenhuis en/of kampeerterrein moeten de besluiten worden goedgekeurd door het Centraal Bestuur, voor zover zij afwijken van het door het Centraal Bestuur vastgestelde bedrijfsplan en/of het toegekende budget.

3. Leden van beheercommissie worden  unaniem voorgedragen door de beheercommissie en worden benoemd door het Centraal Bestuur. Benoeming geldt voor drie jaar en beheercommissieleden zijn ten hoogste tweemaal herbenoembaar.

4. De beheercommissie bestaat uit ten minste drie personen.

5. De beheercommissie is verantwoordelijk voor het minimaal eenmaal per jaar beleggen van een jaarvergadering voor alle leden van de accommodatiebeheergroep. Op deze jaarvergadering komen de volgende zaken aan de orde:

  1. het beoordelen van het gevoerde beleid van de beheercommissie;

  2. het beoordelen van de plannen van de beheercommissie voor het komende jaar;

  3. het aanwijzen van afgevaardigden naar de Nivonraad (niet op voorhand zijnde beheercommissieleden);

  4. het voordragen van kandidaat bestuursleden voor de beheercommissie (de kandidatuur moet gedragen worden door een meerderheid van de aanwezigen). Zo ook, kan een kandidaat voorzitter aan het Centraal Bestuur worden voorgedragen. Ook deze kandidaat dient door een meerderheid van de aanwezigen te worden gesteund. Indien nodig wordt over personen schriftelijk gestemd. Indien de beheercommissie van de accommodatie beheergroep een afwijkende mening heeft, zal zij deze ter kennis brengen aan de leden van de accommodatiebeheergroep en het Centraal Bestuur.

6. Voor alle actieve leden geldt dat alle daadwerkelijk gemaakte, extra onkosten binnen redelijke grenzen, kunnen worden gedeclareerd. Het Centraal Bestuur stelt hiervoor regels vast die zijn opgenomen in het handboek.

7. Het Centraal Bestuur kan in bijzondere gevallen, te zijner beoordeling, een vergadering van een accommodatiebeheergroep en/of beheercommissie bijeenroepen. De beheercommissie stelt in dit geval de nodige bescheiden ter beschikking van het Centraal Bestuur. Deze vergadering staat onder leiding van een lid of een gemachtigde van het Centraal Bestuur.

 

 

 

 

 

 

Vastgesteld in de Nivonraad van 1 april 2006