In het verleden was het vrijwilligerswerk niet aan regels gebonden. Je deed wat je deed omdat je het leuk vond. Over risico’s, aansprakelijkheid en protocollen werd niet nagedacht. Althans zo lijkt het soms. Er was natuurlijk weldegelijk sprake van een groot verantwoordelijkheidsgevoel en afhankelijk van de activiteit was er ook grote aandacht voor veiligheid.
Door een aantal grote ongevallen bij bedrijven en in de horeca met veel slachtoffers is de overheid zich meer en meer gaan richten op veiligheid en het verkleinen van risico’s. Om alle sectoren gelijk te stellen werden vrijwilligersorganisaties wat betreft wet en regelgeving voor de Arbeids omstandigheden (ARBO) wet gelijkgesteld aan het bedrijfsleven. In 2001 heeft het Centraal Bestuur daartoe een intentieverklaring opgesteld, waarin zij stelt dat de gehele vereniging zich in zal zetten om veilig en verantwoord te handelen.
Veel organisaties, waaronder ook vrijwilligers binnen het Nivon, ondervonden dat het vrijwel niet te doen was om alle wetten op de regel op te volgen. Dit heeft ertoe geleid dat de wet en regelgeving voor het vrijwilligerwerk vanaf 2006 versoepeld is. We blijven als organisatie echter verplicht aandacht te hebben voor veiligheid en serieus bezig te zijn om risico’s te verminderen voor vrijwilligers en deelnemers. Mocht er wel een keer iets gebeuren, dan moet aangetoond kunnen worden dat er acties ondernomen zij om de kans op ongevallen zo klein mogelijk te maken. Ondanks een verlichting van de administratieve druk, zullen geledingen op schrift bij moeten houden wat zij doen om gevaarlijke situaties te voorkomen of te verhelpen.
In dit artikel komen een aantal situaties en regels aan bod op het gebied van Arbo, veiligheid en verzekeringen en hoe je hier mee om kunt gaan. Het streeft er niet naar om volledig te zijn[1].
De Arbo is binnen het Nivon ondertussen een bekend begrip: de wet voor goede ARBeidsOmstandigheden. Als vrijwillgersorganisatie zijn we net als bedrijven verplicht hier actief mee aan de slag te zijn. Vanaf 2001 zijn binnen de verschillende geledingen risico inventarisaties en evaluaties gemaakt en plannen van aanpak. En er moeten Arbo dagboeken bijgehouden worden. Mocht er een keer iets gebeuren, dan kan hiermee aangetoond worden wat er allemaal gedaan is om risico’s te beperken. Vrijwilligersorganisaties hoefden echter niet gecontroleerd te worden door een Arbodienst.
Per 15 maart 2006 is de Arbo-wetgeving voor vrijwilligersorganisaties versoepeld. Het is nu niet meer wettelijk verplicht om een risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) uit te voeren, met als doel de administratieve lasten te verminderen. Vrijwilligersorganisaties behouden wel hun zorgplicht zoals in het burgerlijk wetboek is vastgelegd. Dit betekent dat zij wel voor goede ‘arbeidsomstandigheden’ moeten zorgen voor hun vrijwilligers. Met andere woorden: mocht er bij een Nivonactiviteit een ongeval plaatsvinden en de arbeidsinspectie wordt ingeschakeld, dan moet aangetoond worden dat vantevoren bekeken is of er risico’s aan de activiteit zaten en of er maatregelen genomen zijn om deze zo klein mogelijk te maken. In een dergelijk geval kan door middel van het overleggen van een risico-inventarisatie en evaluatie en plan van aanpak aangetoond worden dat als organisatie aandacht is besteed aan de zorgplicht.
Het Centraal Bestuur van het Nivon heeft kritisch naar deze wetswijziging gekeken. Binnen het Nivon wordt nu door veel geledingen gewerkt met RI&E’s en plannen van aanpak. Deze inspanningen moeten niet plotseling gestopt worden. De RI&E’s en plannen van aanpak dwingen organisatoren gericht te kijken naar de risico’s van een activiteit/ bezigheid. Het helpt gevaren te ontdekken en hier iets aan te doen. Hiermee vergroot het de kwaliteit van deze activiteit of bezigheid. Voor zowel vrijwilligers als deelnemers is dit van belang. Daarnaast is het aan kunnen tonen van inspanningen op het gebied van veiligheid ook belangrijk. Op basis hiervan heeft het Centraal Bestuur besloten dat binnen alle geledingen van het Nivon een risico inventarisatie en evaluatie en plannen van aanpak opgesteld moeten blijven worden.
Op de pagina Documenten Arbo zijn de basis van de RI&E en het plan van aanpak terug te vinden. In totaal hoeven hier geen complete boekwerken van gemaakt te worden. In sommige gevallen kan een A4 met constateringen en genomen maatregelen voldoende zijn. Het is wel belangrijk dat schriftelijk wordt vastgelegd wat wanneer geconstateerd is en wanneer daar actie op ondernomen is.
Achtergrond van de Arbo
De Arbo wetgeving is ingesteld om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. De basis van deze wet is gelegd door de arbeidersbeweging. In de loop van de jaren zijn hier steeds meer regels aan toegevoegd, waar niet altijd het nut van wordt ingezien. Achtergrond van de wet is dat er heel veel kleine ongelukjes zonder letsel, of met klein letsel, uiteindelijk leiden tot een dodelijk ongeval. Door tijdig onderzoek naar de oorzaken van deze kleine ongelukjes te doen en maatregelen te nemen om deze te voorkomen, kan je uiteindelijk een dodelijk ongeval voorkomen. (dit is ook de reden dat ongevallen gemeld moeten worden)
De meest effectieve en eenvoudige maatregelen zijn te nemen in de fysieke omgeving. Bijvoorbeeld door het verwijderen van kapotte stoelen, een goede bereikbaarheid van nooduitgangen, verhelpen van gebreken aan gebouwen, maar ook het ter beschikking stellen van veilige apparatuur en persoonlijke beschermingsmiddelen. Daarnaast is het gedrag van mensen een belangrijke oorzaak van ongevallen. Hier kan je iets in veranderen, maar dat is toch moeilijker. Belangrijk is dat mensen zich bewust zijn en gewaarschuwd zijn voor eventuele risico’s. Dit kan bijvoorbeeld door mensen die helpen met klussen duidelijke instructies te geven en ze te wijzen op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, als dit noodzakelijk is.
Dat er iets fout gaat kan nooit helemaal voorkomen worden. Het enige dat je kunt doen is je inspannen om de kans dat dit gebeurt te verkleinen. Dit is een inspanning van zowel bestuurders en organisatoren, als van andere vrijwilligers en deelnemers/ gasten. Hier heb je eigenlijk geen regels en wetten voor nodig. Wat je wel nodig hebt is dat iedereen logisch nadenkt en zich (mede)verantwoordelijk voelt.
Veel activiteiten die binnen het Nivon georganiseerd worden vinden binnen plaats: in Natuurvriendenhuizen, afdelingsgebouwen, of gehuurde zalen. Als organisator van de activiteit moet je ervoor zorgen dat dit veilige ruimtes zijn. Wanneer de gemeente een gebruikersvergunning heeft afgegeven, kun je ervan uitgaan dat het een veilige ruimte is. Toch vraagt het om een zekere discipline en zorgvuldigheid van de beheerder en ook de gebruikers om een ruimte ook werkelijk veilig te houden.
Bij het toetsen van de veiligheid wordt ondermeer gekeken naar voorzorgsmaatregelen die genomen zijn voor het geval er iets zou gebeuren. Aan de volgende punten moet ondermeer voldaan worden:
- De ruimte is gecontroleerd op de aanwezigheid van ondermeer een vluchtplan (plattegronden waar de vluchtwegen, uitgangen en blusmiddelen op aangegeven staan)
- Duidelijke signalering (nooduitgang bordjes en dergelijke);
- Goed bereikbare vluchtwegen
- calamiteitenplan (document waarin staat vastgelegd wat er moet gebeuren in geval van een calamiteit);
- Aanwezigheid van een brandmeldinstallatie (rookmelders, welke in veel gevallen ook in verbinding moeten staan met een brandmeldinstallatie die in directe verbinding staat met de brandweer)
- Aanwezigheid van goede en gekeurde blusmiddelen.
- Aanwezigheid van een goede en geregeld gecontroleerde verbanddoos.
Vluchtwegen: wanneer je gebruik maakt van een ruimte is het verstandig om voor aanvang van een activiteit de vluchtwegen te controleren. Het komt geregeld voor dat vluchtwegen op slot zitten, terwijl dit niet zou mogen, of dat wegen geblokkeerd zijn door allerlei spullen die ervoor staan. Gastheren/-vrouwen zorgen er in de Natuurvriendenhuizen voor dat de vluchtwegen vrij zijn. Zij zijn hier voor ingewerkt. Toch kan het ook hier wel eens voorkomen dat er een deur vergeten is van het slot te halen. Vooral als je met veel mensen in een ruimte zit, is het daarom aan te raden als organisator toch alle vluchtwegen even na te lopen. Want als er iets zou gebeuren moet je er toch zeker van zijn dat mensen (en jijzelf) weg kunnen komen.
Jaarlijkse controle blusmiddelen: om een grotere zekerheid te hebben dat een blusmiddel functioneert moet deze jaarlijks gecontroleerd worden. Hierover worden bij de levering van de middelen afspraken gemaakt met de leverancier. Veelal is dit in de vorm van een onderhoudscontract.
Wanneer er een ruimte gehuurd wordt, is het goed mogelijk dat in de huur ook de blusmiddelen zijn opgenomen. Het is dan van belang na te gaan of deze ook jaarlijks gecontroleerd worden. Als het goed is wordt dit aangegeven door een sticker waarop staat dat er een controle is uitgevoerd en dat voor een bepaalde datum de volgende controle uitgevoerd moet worden. Mocht dit niet het geval zijn dan is het verstandig navraag te doen bij de verhuurder.
Verschillende type brandblussers
Er zijn verschillende type brandblussers. Het is belangrijk dat brandblussers op een praktische plek hangen en dat het type blusmiddel past bij de betreffende situatie in de nabijheid.
Een universele blusser is een ABC-blusser. Deze is geschikt voor vaste stoffen, vloeistoffen en gassen. Een poederblusser is hiervan een voorbeeld. Nadeel hiervan is dat het poeder zeer schadelijk is voor electrische toestellen en bedrading en dus veel nevenschade veroorzaakt. Beter is het daarom andere blussers te plaatsen.
Een schuimblusser (AB) is een goed alternatief. Door de nevel is hier ook een gasbrand mee te bedwingen. Electrische apparaten zijn hier minder goed mee te blussen, aangezien het schuim met water gemengd is.
Voor het blussen van electrische apparatuur is de koolzuursneeuwblusser (BC) beter geschikt. Door de verdrijving van zuurstof door de CO2 zijn hier ook vaste stoffen mee te controleren. Deze blusser is echter gevaarlijk in kleine ruimten of kelders. CO2 verdrijft zuurstof doordat het zwaarder is. Dit kan bij grotere hoeveelheden in gesloten ruimtes leiden tot verstikkingsgevaar.
In keukens worden blusdekens aangeraden. Hiermee is de vlam in de pan te bedwingen als er geen deksels voorhanden zijn. Daarnaast kan deze goed gebruikt worden wanneer kleding van mensen vlam vat. Een risico dat in een keuken groot is.
Ten slotte is er natuurlijk nog de waterslang. Deze werkt door de koelende werking van water het best bij het blussen van vaste stoffen.
Op de Nivon kampeerterreinen, bij de Natuurvriendenhuizen, maar ook bij verschillende afdelingsgebouwen staan speeltoestellen. Als beheerder van deze speeltoestellen ben je wettelijk verplicht er zorg voor te dragen dat deze toestellen veilig zijn. Dit betekent dat de besturen die speeltoestellen op hun terrein hebben staan regelmatig de veiligheid hiervan moeten controleren. Dit kan bijvoorbeeld een keer in de week zijn in periodes dat het toestel veel gebruikt wordt, en maandelijks wanneer het toestel weinig gebruikt wordt. Bij een inspectie wordt gekeken of de toestellen niet beschadigd zijn, er geen beknellingsgevaar is, de valzones veilig zijn, etc. Bevindingen van deze controles moeten vastgelegd worden in logboeken die per speeltoestel bijgehouden dienen te worden. Hierin wordt vermeld wanneer een inspectie heeft plaatsgevonden; wat de bevindingen zijn; en de eventuele maatregelen die getroffen zijn, maar ook eventuele ongevallen die met het toestel hebben plaatsgevonden en welk letsel hierbij opgelopen is wordt hierin geschreven.
Wanneer nieuwe speeltoestellen aangeschaft worden is het van belang dat het toestel goedgekeurd is door een aangewezen keuringsinstantie en dat dit aangetoond wordt door een certificaat van typekeuring. Bij het toestel moet een bouwtekening en logboek meegeleverd worden. Het toestel moet voorzien zijn van een keuringssticker of plaatje. (Speeltoestellen van een speelgoedwinkel of doe-het-zelf zaak beschikken hier vaak niet over)
Bouwwerken van kinderen worden ook als speeltoestel aangemerkt. Deze voldoen echter niet aan de eisen van de wet. Als tegemoetkoming wordt nu gesteld dat de kinderen die het bouwwerk gemaakt hebben hier mee mogen spelen. Maar andere kinderen niet. Op terreinen gebeurt het vaak dat kinderen een eigen bouwwerk maken. Zolang de kinderen op het terrein verblijven is er niks aan de hand. Wanneer de kinderen vertrekken, dan worden de beheerders van het terrein verantwoordelijk voor het bouwwerk. Het is dus goed om af te spreken dat kinderen bouwwerken mogen maken, maar dat ze deze bij vertrek ook weer af moeten breken.
Aan het schenken en verkopen van (licht) alcoholische drank zijn regels gebonden. Er mag alleen drank verkocht worden wanneer hier een vergunning voor is, of, wanneer het om een eenmalige actie gaat, een ontheffing verleend is door de gemeente. Daarnaast moet er iemand aanwezig zijn die beschikt over de verklaring sociale hygiëne. Deze drank- en horecawet is in het leven geroepen om overmatig alcoholgebruik tegen te gaan.
Officieel gelden deze regels ook voor het verkopen van drank bij activiteiten, zoals bijvoorbeeld ’s avonds bij een weekendactiviteit. Wanneer de wijn een onderdeel vormt van het avondeten, dat bij de prijs van de activiteit is inbegrepen, dan zou je officieel ook aan de regels moeten voldoen.
Als je deze wet letterlijk op zou volgen dan zouden een aantal verenigingsactiviteiten veranderen, of veel extra voorbereiding vergen van vrijwilligers. Aangezien het niet om grote hoeveelheden drank gaat; de prijzen die hiervoor gevraagd worden zijn om de kosten te dekken (en soms een beetje spekken van de kas); de activiteiten eenmalige zijn en het niet om openbare verkoop gaat, wordt flexibel met deze wet omgegaan. Maar houd hierbij wel de regels in het achterhoofd.
Wanneer wel echt sprake is van een bar ruimte in bijvoorbeeld een afdelingsgebouw waar regelmatig alcoholische drank geschonken wordt en dat openbaar toegankelijk is, moet wel strikt met deze wet omgegaan worden.
Aan het bereiden en verstrekken van voedsel in georganiseerd verband zijn regels van de Waren Wet verbonden. Deze gelden ook voor het vrijwilligerswerk. Doel van de regels is het tegengaan van bereiding of verstrekking van ondeugdelijk voedsel dat de gezondheid in gevaar kan brengen. Om risico’s bij de bereiding van voedsel te beperken moet er volgens een systeem gewerkt worden. Je moet vastleggen bij welke temperatuur het voedsel in de koelkast bewaard wordt, hoe het bereid wordt, hoe de kookhulpmiddelen schoon gehouden worden, wat er gebeurt met het voedsel tussen bereiden en opdienen, etc. Dit protocol wordt de HACCP genoemd. Doel ervan is dat bewust naar de bereiding gekeken wordt. Er afgesproken en vastgelegd wordt wat er gedaan wordt om risico’s in de bereiding van voedsel te voorkomen.
Deze wetgeving is vergaand. Het heeft ook betrekking op de bereiding van broodjes. Hiervoor is het van belang dat aangegeven wordt hoe ze bereid, maar ook hoe ze bewaard worden tot ze geserveerd worden.
Als je voor groepen kookt is het van het grootste belang dat je aandacht hebt voor de bedervelijkheid van voedsel en met name de hygiëne bij de bereiding. Raadpleeg hiervoor de Voedsel Veiligheids Checklist.
Hygiëne
Jaarlijks komen in Nederland ongeveer een half miljoen voedselvergiftigingen en -infecties voor. Hiertoe wordt ook een enkel dagje diarree gerekend. Deskundigen gaan ervan uit dat de helft van dit aantal veroorzaakt wordt door gebrekkige hygiëne in privé-huishoudens. Dit betekent dat veel voedselvergiftigingen en –infecties goed te voorkomen zijn. De volgende voorzorgsmaatregelen verkleinen het risico van een voedselinfectie of -vergiftiging:
Zorg voor schone handen
Was regelmatig de handen met water en zeep en droog ze goed af met een schone handdoek.
Voorkom kruisbesmetting
Houd vuile en rauwe producten apart van schone en bereide voedingsmiddelen. Vermijd dat bacteriën van rauwe op bereide producten wordt overgebracht, bijvoorbeeld via de snijplank en ander keukengerei.
Houd alles schoon en droog
Verschoon regelmatig hand- en theedoeken. Vaatdoekjes kunnen het beste elke dag verschoond worden.
Goed koelen
Voorkom voedselbederf zoveel mogelijk door goed te koelen en producten kort te bewaren. Het is hierbij raadzaam om een thermometer in de koelkast te leggen. Controleer deze 2 tot 3 keer per dag en noteer de temperatuur. Op deze manier kun je zien of de koelkast goed koelt en kun je desnoods de koelkast bij stellen.
Bron: Eerlijk over eten, www.voedingscentrum.nl
Bij het organiseren van activiteiten moet je zorgvuldig te werk gaan. Dit heeft te maken met een verandering van cultuur. Wanneer mensen iets overkomt zijn ze sneller geneigd om te kijken of ze geleden schade bij iemand kunnen verhalen. Het draait hierbij om aansprakelijkheid. Aan de hand van een voorbeeld wordt dit toegelicht:
Je hebt een wandeling door de bossen gepland waar veel mensen zich voor ingeschreven hebben, maar de dagen voordat deze tocht is, heeft het heel heftig gestormd. Wat moet je dan doen als organisator?
Dit is een lastige vraag waar veiligheid voor jezelf en de deelnemers in speelt. En wanneer het over veiligheid en mogelijke ongevallen gaat, dan wordt ook gelijk gesproken over aansprakelijkheid. Bij aansprakelijkheid gaat het om de vraag of iemand maatregelen had kunnen nemen om een ongeval te voorkomen.
In deze voorbeeldsituatie is de eerste vraag die je jezelf waarschijnlijk zal stellen is: is het verantwoord om de wandeling door te laten gaan? Is het bos wel veilig, of zijn er veel loshangende takken en is er gevaar voor omvallende bomen? Het is hierbij van belang dat je jezelf goed laat informeren. Mocht de situatie zodanig zijn dat je het op basis van de door jou ingewonnen informatie verantwoord vindt om de activiteit door te laten gaan, dan moet je mensen goed wijzen op gevaarlijke situaties en ook wijzen op hun uitrusting, zodat ze goed voorbereid op pad gaan. Door dit te doen maak je mensen bewust van de risico’s en hoe ze hier mee om kunnen gaan. Doel is het voorkomen van ongevallen.
Voor het geval er iets zou gebeuren zou het ideaal zijn, wanneer de organisator ervoor zorgt dat er iemand met EHBO kennis aanwezig is. De aanwezigheid van EHBO-materiaal is de meest minimale voorzorgsmaatregel, die je kunt nemen. Over het algemeen gebeurt dit ook bij de wandelactiviteiten die binnen het Nivon georganiseerd worden. Vaak gaat hier ook een mobiele telefoon mee, zodat mocht er iets gebeuren direct een hulpdienst gealarmeerd kan worden.
Aansprakelijkheid krijg je niet, je bent het
Iedereen is aan te spreken op wat hij of zij doet. Juridisch is er ook sprake van aansprakelijkheid. Hierbij gaat het vaak om de schuldvraag bij bijvoorbeeld een ongeval. Er zijn twee soorten aansprakelijkheid:
- Individuele aansprakelijkheid:
o Bij een spontane wandeling is ieder individueel aansprakelijk
- Kwalitatieve aansprakelijkheid:
o Bij een activiteit in georganiseerd verband is de eerste rechtspersoon aansprakelijk voor de kwaliteit van die activiteit. Bij het Nivon is dit het Centraal Bestuur. Maar mocht een organisator zich onverantwoord hebben gedragen in de voorbereiding en uitvoering van de activiteit, dan kan deze hier wel op aangesproken worden door het Centraal Bestuur.
Het Nivon heeft verschillende verzekeringen afgesloten voor de actieve leden die zich inzetten voor de vereniging. Dit zijn ondermeer een aansprakelijkheidsverzekering en een collectieve ongevallen verzekering. Dit zijn gangbare en goede verzekeringen voor een vrijwilligersorganisatie. Meer specifieke informatie hierover kun je lezen in het artikel ‘Hoe zijn de actieve leden verzekerd?’
Aansprakelijkheid speelt ook een belangrijke rol bij verzekeringen. Hier is het echter de jurisprudentie die bepaalt in hoeverre het Nivon (of iemand) aansprakelijk gesteld kan worden voor schade.
Het kan voorkomen dat tijdens een activiteit, of een verblijf op een huis iets gebeurt met een deelnemer of gast. Deze kan zeggen dat de organisator of gastheer/-vrouw persoonlijk aansprakelijk is. Dit is zelden of nooit het geval. Allereerst is het Nivon aansprakelijk, omdat de vrijwilliger die aangesproken wordt actief is voor het Nivon. Maar het is nooit zeker of het Nivon werkelijk aansprakelijk is. Het is dus niet slim om in al dit soort gevallen directe uitspraken te doen over wie waarvoor aansprakelijk is. De situatie ligt vaak gecompliceerder dan je denkt. Het is in een dergelijke situaties wel goed om je medeleven te tonen en te erkennen dat het vervelend is wat er gebeurd is en dat het voorval gemeld wordt. De persoon die iets overkomen is, zou, als hij wil, een claim in kunnen dienen bij het Nivon. Of dit gehonoreerd wordt kan echter niet gegarandeerd worden. Dit is afhankelijk van de aansprakelijkheid zoals de verzekeraar dit beoordeelt.
De Arbo wetgeving stelt dat je als (vrijwilligers)organisatie zorg moet dragen voor het welzijn van je werknemers (vrijwilligers). Dit houdt in dat mensen zich veilig moeten voelen op hun werkplek. De locatie moet veilig zijn in bouwkundige staat, maar mensen moeten zich ook veilig voelen bij de mensen met wie ze werken, en/of verblijven. Dit laatste lijkt vanzelf sprekend, maar dat is het, ook binnen het Nivon, niet.
Sexueel misbruik komt vaker voor dan je denkt. In de meeste gevallen wordt misbruik of seksuele intimidatie verzwegen of stil gehouden. Dit is geen goede zaak. Situaties veranderen hierdoor niet of nauwelijks.
Binnen het Nivon is in april 2005 de gedragscode seksuele intimidatie vastgesteld. De gedragsregels die hierin beschreven staan zijn de richtlijnen voor actieve leden waarmee seksuele intimidatie kan worden voorkomen. Tegelijk vormen ze een toetssteen aan de hand waarvan het gedrag van actieve leden, maar ook anderen beoordeeld kan worden.
Het is belangrijk dat de gedragscode zo breed mogelijk binnen de vereniging bekend is. Het kan weliswaar tot discussie leiden, maar dit is juist goed. Hierdoor wordt het onderwerp seksuele intimidatie bespreekbaar. De gevoeligheid van het onderwerp moet echter niet vergeten worden, ook al is het onderwerp bespreekbaar.
Mochten er vermoedens zijn van seksuele intimidatie binnen een geleding, dan is het zeer belangrijk om het vermoeden serieus te nemen, maar niet zelf te gaan dokteren! Afhankelijk van de situatie scheid je eventueel de betrokken personen/partijen. Het belangrijkste dat je moet doen is contact opnemen met de vertrouwenspersoon seksuele intimidatie op het landelijk bureau José de Jong (in overleg met het slachtoffer). Ook bij een vermoeden of vragen kun je contact met haar opnemen. Zij weet hoe te handelen, daarnaast is het verplicht om een dergelijke situatie te melden.
Je bent in alle gevallen tot geheimhouding naar anderen verplicht. Het bekend worden van vermoedens die niet op de waarheid berusten leveren altijd veel schade op bij de betrokkenen.
De gedragscode moet nageleefd worden, maar het is niet de bedoeling dat het tot ‘spastisch’ gedrag leidt. In de gedragscode zijn enkele tips opgenomen om de gedragsregels werkbaarder te maken. Het is altijd goed om hier met het eigen bestuur/ werkgroep ook eens naar te kijken en het hier over te hebben.
Dit artikel bevat informatie van de Nivonzaterdag over wet en regelgeving welke gehouden is op zaterdag 18 maart <st1:metricconverter productid="2006 in" w:st="on">2006 in</st1:metricconverter> de Amershof te Amersfoort.
Tijdens deze zaterdag is een bijdrage geleverd door de volgende personen:
Ronald Hetem, Movisie, deskundige op het gebied van Arbo en verzekeringe voor vrijwilligersorganisaties
Tabe Rozema, Arbo-adviseur van het Nivon, veiligheidskundige
Jan Lodewijk van den Berg, ING verzekeringen
Lei Muys, Decent Group, cursusleider BHV cursussen Natuurvriendenhuizen
Christa Klamer, Stafmedewerker van het Nivon, vertrouwenspersoon in 2006
Tevens informatie gebruikt uit Risico Inventarisaties en Evaluaties van de huizen en de terreinen, opgesteld door Tabe Rozema tussen 2001 en 2006.
Op www.vrijwilligerswerk.nl staat bij de kennisdossiers gerichte informatie over wet en regelgeving inclusief verwijzingen naar sites met meer informatie over het betreffende onderwerp.
Op www.veiligheid.nl vindt je tips wat gevaarlijke situaties zouden kunnen zijn en wat je hiertegen zou kunnen doen.
[1] Dit artikel behandelt niet alle wetten en regels en streeft niet naar volledigheid. Ga voor uitgebreide informatie over wet- en regelgeving naar de website www.vrijwiligerswerk.nl, ga daar naar kennisdossiers en kies vervolgens wet- en regelgeving. Deze site is in beheer bij Movisie.