Een bedrijfshulpverlener is iemand die weet wat hij moet doen als er een ongeval of calamiteit plaats vindt. In het bedrijfsleven moeten deze officieel gecertificeerd opgeleid worden. Vrijwilligersorganisaties zijn hier van vrijgesteld, maar moeten er wel voor zorgen dat er kennis en kunde aanwezig is, mocht er eens iets gebeuren.
Tijdens Nivonzaterdagen is aandacht besteed aan de kwaliteiten die een bedrijfshulpverlener moet hebben. Ook voor gastheren/-vrouwen wordt in de cursus Nivon gastheer/-vrouw aandacht besteed aan de kwaliteiten die een BHV-er moet beheersen. Tevens wordt op de accommodaties aandacht besteed aan BHV bij het inwerken van gastheren/-vrouwen. Met name is hier aandacht voor de evacuatie en het contact met de brandweer. Verder worden er cursussen gegeven op de accommodaties.
De informatie in deze introductie is geschreven voor de situaties op de huizen en terreinen. De vertaling naar de situatie voor een afdeling, regio, werkgroep etc. ligt voor de hand.
Op elk huis en terrein ligt in principe een "Bedrijfshulpverlening leesmap". In deze map vind je lesstof. Kijk hier in als je als gastheer/-vrouw op het huis en/of terrein bent.
1. levensreddende handelingen/ EHBO
2. het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand
3. het alarmeren en evacueren van personen
4. het communiceren met in- en externe hulpverleningsorganisaties
Het belangrijkst is het voorkomen van letsel en ongevallen. Door het signaleren en zonodig verhelpen van onveilige situaties voorkom je dat je als "bedrijfshulpverlener" in actie moet komen. Mocht je een keer in actie moeten komen denk dan ten allen tijde eerst aan je eigen veiligheid!
De bedrijfshulpverlener heeft minimale kennis en enkele vaardigheden op het gebied van de EHBO.
· Bedrijfshulpverlener kan de ernst van de situatie herkennen en inschatten. Men moet weten wanneer deskundige hulp moet worden ingeschakeld en hoe men de tijd tot deze arriveert het beste overbrugt (stabiele zijligging etc.).
· Wanneer je iemand vraagt een nooddienst te alarmeren, laat hem dan zeggen wat er aan de hand is en waar het is. In geval van reanimatie laat dit dan ook vermelden. Er komen dan twee ambulances. Laat de persoon terugrapporteren wat hij gezegd heeft, zodat je weet dat hij echt gealarmeerd heeft.
· De bedrijfshulpverlener kan kleine verwondingen en letsel zelf afhandelen. We hebben het dan niet over reanimatie en beademing, maar kleine verwondingen verbinden, weten wat te doen bij verbranding, vergiftiging etc.
· De bedrijfshulpverlener moet de ernst van de situatie kunnen herkennen en inschatten. Hij/zij moet weten wanneer deskundige hulp moet worden ingeschakeld en moet weten wat te doen tot de tijd dat deze arriveert.
· De bedrijfshulpverlener heeft kennis van de aanwezige blusapparatuur. Hij/zij weet waar deze zich in het natuurvriendenhuis of op het kampeerterrein bevindt en welke apparatuur voor welke branden het beste is te gebruiken.
· De bedrijfshulpverlener is in staat om deze blusapparatuur ook daadwerkelijk te hanteren.
De bedrijfshulpverlener is in staat om leiding te geven aan de ontruiming van het natuurvriendenhuis en/of kampeerterrein. Dit houdt onder meer de volgende taken in:
· De bedrijfshulpverlener heeft kennis van het ontruimingsplan en volgt dit ontruimingsplan bij een ontruiming. Tevens moet hij/zij op de hoogte zijn van de vluchtroutes en het gebruik daarvan.
· Aankondigen van de ontruiming door middel van een alarm.
· Weten hoe het alarmsysteem werkt.
· De bedrijfshulpverlener moet bijhouden wie aanwezig is in het natuurvriendenhuis of op het terrein, deze lijst van aanwezigen moet mee naar buiten genomen worden in geval van ontruiming.
· Controle dat iedereen het natuurvriendenhuis en/of kampeerterrein heeft verlaten.
· In geval van brandalarm en telefonische doorschakeling naar brandweer melden wat er aan de hand is. Hoe beter geïnformeerd ze zijn, des te sneller kunnen ze te werk gaan bij aankomst.
· Opvangen van de hulpverleners en ze wegwijs maken. Zij nemen direct de leiding over.
· Kennis hebben waar plattegronden liggen en hulpverleners kunnen wijzen op afsluiters van gas, water en licht.