• contact
  • nivon kader

Nivon, van instituut tot Vereniging

Geschiedenis van het Nivon

Het Nivon is een vereniging met een rijke historie. Zij is opgericht aan het begin van de twintigste eeuw als vormingsinstituut en heeft zich ontwikkeld tot culturele vereniging. Haar oorsprong ligt binnen de Nederlandse arbeidersbeweging. In het begin van de 21ste eeuw staat de vereniging nog altijd als een huis. Zij heeft zich steeds weer aan weten te passen aan de nieuwe tijden. Ook de laatste jaren is sprake van een heroriëntatie. 

 

 

Volksontwikkeling en natuurvriendenwerk

Het Nederlands Instituut voor Volksontwikkeling en Natuurvriendenwerk - Nivon - laat in zijn naam zien waarop het instituut draait. Namelijk op volksontwikkeling en natuurvriendenwerk. De volksontwikkeling ontstond in ons eigen land, het natuurvriendenwerk is destijds opgebouwd via contacten met Oostenrijkse natuurvrienden.

 

Op initiatief van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) en de vakbond NVV ontstond in 1924 een eigen 'Instituut voor Arbeiders Ontwikkeling', het IvAO, de voorloper van het huidige Nivon. Men richtte zich in hoofdzaak op het organiseren van scholing en van culturele activiteiten.

 

Er moest een plek zijn voor culturele ontwikkeling en scholing, dit vonden de democratisch-socialisten, naast de terreinen van praktische politiek en van sociaal-economische strijd, die respectievelijk bezet werden door de partij en de vakbeweging.

 

Die culturele plek kwam er, doordat arbeiders groepsgewijs van alles ondernamen: wandelen, reizen, bestuderen van de natuur, maar ook werd veel energie gestoken in culturele ontwikkelingen en het bespreken van politieke kwesties van die dagen.

 

De initiatiefnemers van het IvAO schreven bij de oprichting:

 

Het doel en wezen van de arbeidersontwikkeling verschillen principieel van de ‘burgerlijke’ ontwikkelingsarbeid. Terwijl de laatste over het algemeen individuele belangen en behoeften dient, streeft de eerste het wekken van sociale krachten na, die leiden tot een nieuw gemeenschapsleven op grond van veranderde levenshouding, tot een sociale cultuur.”

 

 

 

 

 

Met deze basisgedachte richtte het Instituut voor Arbeiders Ontwikkeling zich niet alleen op een kleine groep mensen met een diepgaande politieke belangstelling of op partijleden, maar ook op de brede massa. Hun doelstelling was dan ook drieledig:

  1. het ontwikkelen van allerlei vormen van vrijetijdsbesteding;
  2. het wekken van belangstelling voor cultuur;
  3. het brengen van inzicht in de maatschappij op basis van het socialisme.

 

In de ogen van de toenmalige leden van het IvAO klonk dit niet hoogdravend. Zoals gezegd, men ondernam van alles, zoals het organiseren van allerlei scholingsbijeenkomsten. Men deelde belangstelling voor natuurhistorische zaken, onder meer door samen te kamperen. Men ontwikkelde eigen mogelijkheden, door gewoon iets te gaan doen, ook op het gebied van creativiteit.

 

In die dagen was er nog geen sprake van een professioneel georganiseerd welzijnswerk, of iets dergelijks. De toenmalige overheden bemoeiden zich nog niet met de vrijetijdsbesteding als zodanig. Toch waren er toen al instanties met eigen regels en met een eigen opvatting over waar het heen moest met de maatschappij. Denk bijvoorbeeld aan de armenzorg.

 

Die zeden, normen en waarden waren voor het IvAO niet neutraal, niet iets waarnaar iedereen zich maar te richten had, als goede burgers. Nee, het IvAO wilde de eigen levenswijze van arbeidersgezinnen aandacht geven en emanciperen. Door samen activiteiten te ondernemen probeerde men tegen de verdrukking in greep op het eigen leven te verkrijgen en het eigen toekomstideaal gestalte te geven.

 

Vanaf 1928 werkte het IvAO samen met de Natuurvrienden. In Oostenrijk was het natuurvriendenwerk ontwikkeld en degelijk opgezet. Het begon bij de Weense gegoede burgerij, die de genoegens van de bergen kende en hierbij gebruik maakte van berghutten. Toen de arbeiders meer vrije tijd kregen en hetzelfde wilden doen, waren zij niet welkom. Deze arbeiders begonnen voor zichzelf. En in 1907 kwam er de eerste eigen berghut op het Padasterjoch. Men sprak van een natuurvriendenhuis.

 

 

Van IvAO naar Nivon

Intussen waren er in Nederland initiatieven genomen om goedkope buitenlandse reizen te organiseren voor arbeiders. De Nederlandse Reisvereniging wilde daaraan niet meewerken, waarop men in 1921 besloot een eigen organisatie op te richten, de Nederlandse Arbeiders Reis Vereniging (NARV).

 

Door het reizen met de vereniging kwam men in contact met de natuurvrienden. In 1925 sloot de NARV zich aan bij de Naturfreunde Internationale en voegde 'De Natuurvrienden' achter haar naam. Contacten met buitenlandse natuurvrienden leidden tot de bouw van natuurvriendenhuizen in eigen land. De Krikkenhaar bij Almelo was in 1928 de eerste in een reeks die uitgroeide tot om en nabij de vijftien huizen en veertien kampeerterreinen in Nederland.

 

Datzelfde jaar (1928) gingen het IvAO en de Nederlandse Arbeiders Reis Vereniging - De Natuurvrienden - met elkaar samenwerken. Opgericht werd aldus: het Instituut voor Arbeidersontwikkeling, waarin opgenomen de Natuurvrienden. Tot de Duitse nazi-bezetting in 1940 verzette men veel werk op het gebied van cursussen (Arbeidersavondscholen), reizen, wandeltochten, kampen en dergelijke. Tijdens de oorlog lag het afdelingswerk stil, maar na de bevrijding ging men weer enthousiast van start. De eerste jaren na de oorlog waren moeilijk, ook al omdat de Partij van de Arbeid (als opvolger van de vooroorlogse SDAP) en het NVV niet opnieuw tot heroprichting van het instituut wilden overgaan. Zij wilden liever hun zaken in eigen kring behartigen.

 

In 1959 werd de naam 'Instituut voor Arbeidersontwikkeling waarin opgenomen de Natuurvrienden' gewijzigd in de huidige naam. Hiermee was het Nederlands Instituut voor Volksontwikkeling en Natuurvriendenwerk, het Nivon, een feit. Het Nivon was toen niet meer partijpolitiek gebonden zoals daarvoor. Het democratisch-socialisme bleef uitgangspunt bij de activiteiten van de vereniging.

 

 

De maatschappij verandert

De maatschappelijke en culturele verhoudingen van naoorlogs Nederland waren niet te vergelijken met de situatie van vóór de oorlog. De slechte economische situatie vanaf de tweede helft van de jaren zeventig veroorzaakte dat er minder viel te verteren. Allerlei voorzieningen vielen weg, of er werd driftig op beknibbeld. Velen moesten weer letten op hun maandelijkse huur en hun gasverbruik.

 

Ondanks enkele facetten die aan de vooroorlogse crisis deden denken, zijn er diepgaande verschillen met die tijd. Vanaf de wederopbouw die na de bevrijding moeizaam op gang kwam, ontstond een cultuur van consumeren. Iedereen krijgt het beeld voorgespiegeld van de 'ideale leefstijl', via reclame, de eindeloze stroom van nieuwe producten en door middel van snel opkomende nieuwe media. In die leefstijl lijken er geen problemen meer voor te komen. Alles is schoon en proper, vooral het eigen huis. Alles schijnt op elk gebied voor iedereen bereikbaar.

 

Onderdeel van de consumptiecultuur is de enorme commerciële sector die zich richtte op het privé-leven, op de vrije tijd. Tevens ontstond een reeks van overheidsinstellingen en -maatregelen waarmee men zich met het sociale en culturele leven begon in te laten. Het 'professionele welzijnswerk' deed zijn intrede. Het leven werd steeds meer geregeld.

 

Een Nivon-werkplan uit die tijd zegt “…een zich snel doorzettende en massale commerciële productie van cultuurgoederen en van een verzakelijking van de sociale en culturele verhoudingen in het algemeen (....) de vereniging zich hier tegenover nog het beste als 'culturele vluchtheuvel' stand bleek te kunnen houden.”

 

 

Het einde van de twintigste eeuw

In de jaren negentig doen we van alles, met gedrevenheid en enthousiasme. Zeilen, muziek, skiën, fotograferen, klimmen op bergen, wandelen over een netwerk van langeafstandspaden, enzovoort. Maar ook zijn er scholingsbijeenkomsten over allerlei actuele onderwerpen, cursussen (zoals de Nivon-cursus 'Het milieu zal ons een zorg zijn') en er zijn in verschillende regio's themabijeenkomsten rond maatschappelijk-culturele vraagstukken.

 

Het Nivon heeft tegen de stroom in altijd het hoofd boven water weten te houden, tegenover allerlei vormen van commerciële cultuur.

De leden van het Nivon hebben altijd gezamenlijk hun eigen vrije tijd ingevuld. De wens om dat te doen houdt nog steeds stand en daarmee ook de gedrevenheid. Anderzijds is het natuurlijk overdreven om de veelsoortige Nivon-activiteiten te zien als een letterlijk alternatief voor de kleuren-tv, of als het bestrijden van de 'computerspelletjescultuur' door middel van verenigingsactiviteiten.

 

…in het nieuwe millenium

Gaat het Nivon onverminderd verder als brede voor-door organisatie. Zonder structurele subsidie blijken we in staat te moderniseren en de kwaliteit te verbeteren. Dit uit zich niet alleen in hele tastbare zaken, zoals het prachtig verbouwde Hunehuis en de nieuwe Banjaert, of de nieuwe wandelgidsen, maar ook in bijvoorbeeld vrijwilligersbeleid en Arbobeleid.

 

Met de tijd meegaan betekent ook het bijstellen van koersen. Het Nivon heeft zich ontwikkeld tot een platform voor activiteiten op sociaal, cultureel en natuurgebied. In een maatschappij die gericht is op presteren en een grote stroom aan informatie door verschillende vormen van media wil het Nivon een plek bieden om te ont-moeten. Dit gaat niet altijd even gemakkelijk. Het vraagt om creativiteit als het gaat om het benaderen van nieuwe vrijwilligers en ook om zaken gefinancierd te krijgen.

 

Het Nivon is zich daarnaast bewust dat zij niet alleen staat. Daarom wordt ook steeds vaker samengewerkt met andere organisaties. In 2010 is besloten dat het Nivon actief gaat deelnemen in de alliantie voor een Fair en Green Deal. Een menswaardig bestaan voor iedereen nu en later is de ambitie van deze alliantie, waarbij verschillende natuur en milieu organisaties zijn aangesloten. Een ander voorbeeld is het Vlinder tel weekend op het Pieterpad in augustus, waarbij het Nivon samenwerkt met de Vlinderstichting.

 

Het is een vereniging van aanpakkers waarbij altijd weer nieuwe manieren gevonden worden en met elkaar samen gewerkt wordt om activiteiten te organiseren.