Naast dat het binnen de Arbo-wetgeving een vereiste is, is het goed om aan een beleid inzake seksuele intimidatie aandacht te schenken. Overal, binnen alle situaties, organisaties, clubs, etc., komen vormen van seksuele intimidatie voor, ook bij het Nivon.
Het is daarom goed om vooraf te weten hoe een ieder het beste kan handelen. Om te weten waar grenzen liggen, waar hulp en ondersteuning gevonden kan worden en wat een ieders grenzen en verantwoordelijkheden zijn.
Een gedragscode is belangrijk om misstanden (valselijk beschuldigen of het niet serieus nemen) zo veel mogelijk te voorkomen.
Van belang is dat we het binnen het Nivon eens zijn over de grenzen die aan de omgang tussen begeleider/bestuurder/huiswacht, in de ruimste zin van het woord, en deelnemer/gast kunnen worden gesteld. De gedragsregels vormen een toetssteen voor deelnemers, ouders, begeleiders, bestuurders, etc. maar ook voor de Commissie Seksuele Intimidatie.
Seksuele intimidatie is een breed begrip. Dubbelzinnige grapjes, onverwachte aanrakingen en pin-ups in openbare ruimtes kunnen als intimiderend worden ervaren. Ook ondubbelzinnige, strafbare vormen van seksueel misbruik, zoals aanranding en verkrachting, vallen onder seksuele intimidatie.
De definitie van seksuele intimidatie is: elke vorm van seksueel gedrag of seksuele toenadering, in verbale, non-verbale of fysieke zin, opzettelijk of onopzettelijk, die door de persoon die het ondergaat als ongewenst of gedwongen wordt ervaren.
Seksuele intimidatie komt het meest voor in relaties waarbij sprake is van machtsverschil. Dat machtsverschil kan te maken hebben met leeftijd (volwassene tegenover kind), positie (betaald versus vrijwilliger, begeleider versus deelnemer of gastheer versus gast) of bijvoorbeeld getal (groep versus eenling).
Wat hierbij van belang is dat kinderen vaak nog weinig over seksualiteit weten, ze herkennen seksueel gedrag niet snel als misbruik en weten niet hoe ze hun grenzen kunnen aangeven. Daarbij ligt de verantwoordelijkheid voor het bewaken van hun grenzen geheel en al bij de volwassene.
De omgang tussen mensen en het lichamelijk contact tussen mensen laten zich niet tot in detail regelen. Dat is ook niet de bedoeling van de gedragsregels.
Lichamelijk contact kan namelijk heel functioneel zijn en een ‘aai over de bol’ motiverend en prettig naar kinderen. Aanrakingen en bijvoorbeeld het geven van complimentjes moeten geen taboe worden.
Van gedragsregels gaat een preventieve werking uit. Daarvoor is het van belang dat de gedragsregels zo breed mogelijk bekend en geaccepteerd worden en dat ook blijven. De gedragsregels zijn richtlijnen voor de begeleider/huiswacht/bestuurder, waarmee seksuele intimidatie kan worden voorkomen. Ze geven de grenzen aan van het handelen. Ze fungeren als toetssteen voor het gedrag van begeleider/huiswacht/bestuurder en gasten/deelnemers in concrete situaties.
Ook gasten/deelnemers onderling dienen de grenzen van elkaar te respecteren en seksuele intimidatie te voorkomen.
Het naleven van de gedragscode is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de (volwassen) begeleider/huiswacht/bestuurder en niet van het kind/gast/deelnemer of degene die dit om welke reden dan ook niet kan.
Iedereen binnen het Nivon, leden, niet-leden, actief lid, of deelnemer/gast, betaalde kracht of vrijwilliger dient zich te onthouden van seksueel (machts)misbruik en seksuele intimidatie.
1 Een begeleider/huiswacht/bestuurder moet zorgen voor een omgeving en sfeer waarbinnen de deelnemer/gast zich veilig voelt.
2 Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen begeleider/huiswacht/bestuurder en jeugdige gasten/deelnemers of anderszins zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.
3 Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen begeleider/huiswacht/bestuurder (in functie) en gasten/deelnemers zijn ongewenst.
4 Een begeleider/huiswacht/bestuurder mag niet ingaan op seksueel getinte toenaderingspogingen van de (jeugdige) deelnemer/gast ook al verlangt de deelnemer/gast daarnaar of nodigt hij/zij daartoe uit.
5 Een begeleider/huiswacht/bestuurder mag een deelnemer/gast niet op zodanige wijze aanraken dat de deelnemer/gast deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het bewust of onbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.
Functionele aanrakingen (bijvoorbeeld het troosten van een kind) zijn natuurlijk wel toegestaan. De begeleider moet er dan voor zorgen dat daar waar lichamelijk contact noodzakelijk en functioneel is, dit contact of deze aanraking nooit verkeerd – in de zin van seksueel intimiderend – kan worden geïnterpreteerd (door deelnemer/gast danwel een derde).
6 Een begeleider/huiswacht/bestuurder onthoudt zich van seksueel getinte verbale intimiteiten.
7 Men dient de persoonlijke grenzen van elkaar te respecteren en de grenzen van het professioneel gedrag niet te overschrijden. Onder professioneel wordt verstaan de kwaliteit van het handelen, overeenkomstig de geldende standaard en opleiding (dus niet of er al dan niet wordt betaald voor de werkzaamheden).
8 Een begeleider/huiswacht/bestuurder zal er actief op toezien dat bovenvermelde regels worden nageleefd door iedereen die bij het Nivon is betrokken. Indien hij/zij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels, zal hij/zij de betreffende persoon daarop aanspreken en heeft hij/zij de plicht dit te melden bij de contactpersoon seksuele intimidatie van het Nivon.
9 In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider/huiswacht/bestuurder in de geest hiervan te handelen.
De begeleider/huiswacht/bestuurder moet zich realiseren dat hij een voorbeeldfunctie heeft. Als hij grensoverschrijdend gedrag signaleert, dient hij maatregelen te nemen. Ook een deelnemer/gast die grensoverschrijdend gedrag signaleert dient dit te melden.
Hoe te handelen als sprake is van seksuele intimidatie of als daar een vermoeden van is?
1. Je neemt het serieus maar je gaat niet zelf dokteren.
2. Je scheidt eventueel personen/partijen.
3. Je bent tot geheimhouding verplicht.
4. Te allen tijde en wel onmiddellijk wordt de verantwoordelijke (contactpersoon seksuele intimidatie, José de Jong) van het Nivon ingelicht (in overleg met het slachtoffer): vanwege de meldingsplicht.
Wat in niet alle gevallen van toepassing is maar soms ook nog zou kunnen:
5. De betreffende persoon op zijn gedrag aanspreken.
6. Een officiële klacht indienen bij de verantwoordelijke van het Nivon (in overleg met het slachtoffer).
7. Aangifte doen bij de politie (in overleg met het slachtoffer) indien een strafbaar feit is gepleegd.
8. Het slachtoffer wijzen op de diverse hulpverleningsmogelijkheden.
Indien sprake is van seksuele intimidatie en ter aanvulling op deze gedragscode is bij het Landelijk Bureau op te vragen:
· een protocol seksuele intimidatie (stapsgewijze uitleg hoe te handelen) en
· een klachtenreglement seksuele intimidatie (formele procedure, afspraken en verantwoordelijkheden als een klacht wordt ingediend).
We moeten er met z’n allen op toezien dat we niet te ‘spastisch’ met het onderwerp ‘ongewenste intimiteiten’ omgaan. Daarom zijn er een aantal uitgangspunten geformuleerd, want niet alles hoeft altijd een probleem te zijn. Met je team kun je er desgewenst richtlijnen aan toevoegen.
· Het belang van het gast/deelnemer/kind hoort altijd voorop te staan
· Alles moet in het openbaar kunnen plaatsvinden
· Kinderen/gasten/deelnemers worden niet voorgetrokken
· Voor die situaties die mogelijk tot verkeerde interpretatie van derden zouden kunnen leiden wordt aangeraden de zaken dan zo veel mogelijk door twee begeleiders te laten doen, bijvoorbeeld twee EHBO-ers (het is niet steeds dezelfde begeleider die zich afzondert)
· Op kamp/reis hoort voor een kind een ander kind het beste maatje te zijn en voor een begeleider een andere begeleider
2 april 2005
Nivonraad